Huidig programma

Juni/juli 2018

UMA-kamerorkest in samenwerking met koperkwintet Cu4+

  • Vrijdag 29 juni 20:15 uur in de St Jan in Gouda
    ‘Le bœuf sur le toit’ van Darius Milhaud
    ‘Dance Panels’ van Aaron Copland
    Cu4+: Masque Arias van Michael Nyman
  • Zondag 1 juli 16:00 uur in de Utrechtse Geertekerk.
    ‘Le bœuf sur le toit’ van Darius Milhaud
    ‘Dance Panels’ van Aaron Copland
    Cu4+: een aantal stukken die voor Orkest de Volharding zijn gecomponeerd/gearrangeerd,
    waaronder twee stukken van de hand van Louis Andriessen
 Vooruitblik concerten in 2019:

  • Zaterdag 12 januari, 20.15 uur in de Cultuurcampus Leidse Rijn
  • Zondag 13 januari, 16.00 uur in de Utrechtse GeertekerkProgramma:
    Italienische Serenade van Hugo Wolf
    Götterdämmerung van Richard Wagner (bewerking voor kamerorkest)
    3e symfonie van Franz Schubert

‘Le bœuf sur le toit’ – Darius Milhaud (1892-1974)
De ‘koddige’ compositie Le bœuf sur le toit (1920) werd door de Franse componist Darius Milhaud aanvankelijk geschreven voor viool en piano als begeleiding van een stomme film van Charlie Chaplin. Hier is het nooit van gekomen. Kort na de voltooiing zag de kunstenaar Jean Cocteau andere mogelijkheden en maakte er een succesvol ballet van, waarvoor werd het stuk georkestreerd werd.De titel is afkomstig van een oud volksliedje, dat Milhaud ooit in Brazilië hoorde. De compositie is geen getrouwe weergave van het volkswijsje,  maar meer een opeenvolging van scènes geïnspireerd op de oorspronkelijk melodie en in de trant van de Braziliaanse volksmuziek. Tussen de scènes komt 14 keer het hoofdthema terug in de vorm van een rondo, steeds in een andere toonzetting. De UMA heeft het werk heel vroeger al een keer uitgevoerd. De ouderen onder ons zullen er tijdens de pauze graag sterke verhalen over vertellen.


‘Dance Panels’ – Aaron Copland (1900-1990)
De ‘Dance Panels’ (1959) van Aaron Copland bestaat uit zeven dansen met ieder hun eigen karakter, variërend van meeslepend, lyrisch tot bombastisch, waardoor een filmisch karakter ontstaat.De delen worden zonder pauze aan elkaar gespeeld. Copland beschrijft ze zelf als:
1. Introduction: Moderato. A quiet opening with long sustained notes, written in a slow waltz tempo.
2. Allegretto con tenerezza. A continuation of the waltz rhythm, with “charm and delicacy, involvements, hesitations and swirlings.”
3. Scherzando. Light and transparent.
4. Pas de trois. Marked “Somewhat hesitant, melancholic and naive.”
5. Con brio. Another scherzo-like section, infused, as Copland phrased it “by brisk rhythms and jazzy drum patterns.”
6. Con moto. A brief lyrical interlude, marked “menacing” and later “eloquent.”
7. Molto ritmico. The finale begins, according to Copland, “by suggesting flight and hectic emotions.” Written in jagged, irregular rhythms, the music is alternately joyous and frantic. It ends quietly with material similar to the opening of the piece.

Al met al noemt Copland de muziek “simpel en direct…de lyrische delen zijn zeer diatonisch, terwijl de meer levendige delen een meer complexe textuur hebben.” Dat belooft wat.


Louis Andriessen (1939)
Cu4+ breidt voor dit concert de bezetting uit en speelt een aantal stukken uit het ‘revolutionaire’ repertoire van Louis Andriessens ‘Orkest de Volharding’ uit de jaren 70, de tijd van ‘tegencultuur’, politiek activisme, revolutie en protest. Dat orkest speelde principieel buiten de gevestigde structuren en concertzalen, bij voorkeur op straten en pleinen, bij demontstraties en protestbijeenkomsten, met speciaal daarvoor gecomponeerde en gearrangeerde muziek. In 1972 ging het stuk ‘De Volharding’, dat een zeer ongebruikelijke blazersbezetting had, in Carré in première. Voor deze gelegenheid was een keur van klassieke en jazz blazers bij elkaar getrommeld. De uitvoering werd een chaos, en dat beviel zo goed dat het Ensemble lange tijd bij elkaar bleef. Cu4+ speelt met een aantal gastspelers stukken die Andriessen naderhand schreef voor dezelfde bezetting en niet uit het oorspronkelijke stuk ‘De Volharding’. Gelukkig.


‘Masque Arias’ – Michael Nyman (1944)
Nyman schreef dit stuk in 1991 hij voor de film Prospero’s Books van Peter Greenaway. De ‘maskerade’ was een muziek- en dansspektakel in de aristocratische kringen in de 16de en 17de eeuw. Het was vaak mythologisch en allegorisch van karakter, en dat vinden we ook terug in Nymans Masque Arias, dat soms dromerig is en dan weer rechtuit swingt.