Huidig programma

Pianoconcert opus 54
Robert Schumann (1810-1856)
Solist: Maurice van Schoonhoven

Ouverture L’Italiana in Algeri
Giachino Rossini (1792-1868)

Silbersee-Suite
Kurt Weill (1900-1950)/Karl Salomon (1897-1974)

Concertdata en locaties

Zaterdagavond 26 maart 2022 om 20:00 uur in De Goede Rede, Almere
Zondagmiddag 27 maart 2022 om 16:00 uur in Utrecht, locatie volgt.

Robert Schumann
Pianoconcert in a opus 54

Schumann heeft – voordat dit concert ontstond – diverse pogingen gedaan een pianoconcert te componeren. In 1828 startte hij een concert in Es-majeur, van 1829 tot 1831 werkte hij aan een concert in F-majeur en in 1839 schreef hij een eerste deel van een concert in d-mineur. Geen van deze werken werd voltooid.

In 1841 schreef Schumann een Fantasie in a-mineur voor piano en orkest, die op 13 augustus 1841 in première ging in het Gewandhaus in Leipzig, met als soliste Schumanns vrouw Clara Wieck. Zij spoorde hem aan er een volwaardig driedelig concert van te maken. In 1845 voegde hij een Intermezzo en een Finale toe om het werk af te ronden. Het werd het enige pianoconcert dat Schumann voltooide.

Het complete concert ging in première in Dresden op 4 december 1845, waarbij Clara soleerde en Ferdinand Hiller (aan wie het werk was opgedragen) dirigeerde.

Maurice van Schoonhoven
Piano

Maurice van Schoonhoven werd geboren te Amsterdam in 1984. Sinds 1999 studeert hij bij Bernd Brackman in Amsterdam. Dit resulteerde in diverse internationale successen: in juli 2000 won hij de 2e prijs op het Internationale Jugendwettbewerb te Berlijn, in november van hetzelfde jaar de 2e prijs op het prestigieuze Steinwayconcours in Duitsland en in juli 2001 eveneens de 2e prijs op het Internationale Jugendwettbewerb te Berlijn. Bij deze gelegenheid won hij tevens de publieksprijs. Op 9 december 2001 werd hem de 2e prijs op het belangrijke Nationale Concours van de Young Pianist Foundation uitgereikt en op 29 december van hetzelfde jaar won hij de Rotterdamse Piano driedaagse.

In december 2002 werd hij door de wereldberoemde Maria João Pires in Belgais (Portugal) uitgenodigd om aan haar mastercourse deel te nemen, en in februari 2003 selecteerde het “Internationales Forum für junge Künstler” te Berlijn Maurice als één der jonge talenten die iedere 2 maanden aldaar de kans krijgen te mogen werken met de internationaal vermaarde Elena Richter, lerares aan het Tsjaikowsky Conservatorium te Moskou.

Maurice van Schoonhoven geeft regelmatig soloconcerten in Nederland en Duitsland en houdt zich daarnaast ook bezig met kamermuziek. Zo nam hij in 2001 een CD op met pianowerken en kamermuziek van de Nederlandse componist Jan van Amerongen (1938). Zijn repertoire is breed, met een accent op de grote romantische pianoliteratuur.

Gioachino Rossini
Overture L’italiana in Algeri

L’italiana in Algeri (Het Italiaanse Meisje in Algerije), Gioachino Rossini’s elfde opera werd geschreven in het hoge tempo dat zo kenmerkend was voor de componist. Rossini, die slechts eenentwintig was op het moment dat het werk op 22 mei 1813 in het Teatro San Benedetto in Venetië in première ging, beweerde L’italiana in Algeri in amper achttien dagen geschreven te hebben.

De plot van L’italiana in Algeri is een bewijs van de negentiende-eeuwse fascinatie voor Turkomanie: een obsessie met het exotische en vreemde dat voortkwam uit Europa’s eeuwenoude cultuurclash met het Ottomaanse Rijk. Of het nu bewust was of niet, Rossini’s opera speelt dit gegeven uit als een metafoor voor het overwinnen van de angst voor het onbekende, dit met humor en groots acteren als hulpmiddel.

Kurt Weill
Suite von Der Silbersee
Arr. Karl Salomon

Der Silbersee is niet meteen het meest bekende werk van Kurt Weill. Het is een soort Singspiel op tekst van Georg Kaiser met een groot aandeel van het gesproken woord. Het was een aanklacht tegen de dictatuur, ook al luidde de ondertitel eufemistisch ‘Een wintersprookje’.

De première op 18 februari 1933 in Berlijn was een succes, maar de tweede voorstelling werd door de nazi’s onderbroken. De productie werd nooit meer opgevoerd. De partituur werd opgestookt tijdens de grote boekverbranding in Berlijn op 10 mei 1933. Niet lang daarna vluchtten Kurt Weill en zijn vrouw Lotte Lenya naar het buitenland.

Karl Salomon bewerkte het singspiel tot een 6 delige suite voor kamerorkest.